Laat de serie Klassen aanleiding zijn tot meer experimenten waarbij de kansen voor iedere leerling verhoogd worden

Op het Blogcollectief Onderzoek Onderwijs staat een bijdrage van Rineke van Daalen over de televisieserie Klassen. Zij nodige lezers uit om te reageren. Dit is mijn reactie:

De serie Klassen schildert in mooie persoonlijke portretten een beeld van een paar hardnekkige problemen in het onderwijs. Zoals het effect van de verschillende thuissituaties en de opleiding van de ouders op het succes op school. De enorme stress die te vroege keuzes met zich meebrengen. Onderadvisering zorgt voor vermorsing van talent en leidt niet zelden tot selffulfilling prophecy. Gianny lijkt zo’n voorbeeld te zijn van een jongen die niet op de juiste manier wordt begeleid en uitgedaagd, niet in staat is zichzelf bij de haren uit het moeras te trekken en zakt steeds verder weg. Het opgesloten raken in buurten met gelijke lage sociaal-economische achtergrond verkleind de kansengelijkheid. 

 

Komen vmbo’ers en gymnasiasten elkaar nog wel tegen?

Na de Basisschool komen leerlingen op grotere scholen in het voortgezet onderwijs (VO) en ontmoeten ze meer kinderen uit andere buurten met andere sociaal-economische achtergronden. Die ontmoeting wordt weer ingeperkt door afzonderlijke gebouwen voor de verschillende richtingen. Vmbo vaak apart, havo en vwo vaak samen en het gymnasium weer apart. Waar treffen de vmbo’ers en de gymnasiasten elkaar nog? Onlangs las ik een onderzoek waaruit bleek dat de hoogste scores op het vmbo niet veel afweken van de laagste scores vwo. 

 

Op het VO komen er nog een paar problemen bij

Op het VO komen er nog een paar problemen bij: lerarentekort, lage motivatie voor lessen (onderzoeken Inspectie en OESO), onvrede met het leerstofjaarklassensysteem, keurslijf van cijfers en toetsen, grote werkdruk bij docenten en een knellend curriculum en urentabel die vakoverschrijdende trajecten en projecten moeilijk maken. Ruimte voor plotseling opkomende maatschappelijke kwesties is er niet. De vraag van de politiek om aandacht te besteden aan de moord op de Franse docent Samuel Paty en de rol van cartoons bij de vrijheid van meningsuiting zou een zoektocht met leerlingen kunnen opleveren naar de fasen van radicalisering en het uitwisselen van eigen ervaringen en zienswijzen. En samen op zoek gaan naar manieren om het afglijden van jongeren tegen te gaan. Dat kan alleen als er een veilige dialoog op gang gebracht kan worden waarbij de docent rekening houdt met ontsporingen. Daar is echter geen tijd voor!

 

De nieuwsgierigheid van groep 8 is weg na de overstap naar het VO

Het aanstekelijke enthousiasme van de leerlingen van groep 8 in de serie Klassen tijdens de excursie naar de Hortus in Amsterdam is prachtig om te zien. Het barst van de nieuwsgierigheid en het plezier van iets te ontdekken dat ze in de klas geleerd hebben. Bij de overgang van groep 8 naar het VO lijkt vaak die nieuwsgierigheid als sneeuw voor de zon te verdwijnen. De wereld is plotseling heel anders. Grote school, van uur tot uur een andere docent, een ander vak en vaak andere regels, veel toetsen, een competitieve sfeer onder leerlingen en de neerbuigende bejegening van oudere leerlingen van de ‘brugpiepers’.  

 

Weinig vernieuwing in het VO

In het basisonderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs zijn de afgelopen jaren veel veranderingen uitgeprobeerd en uitgevoerd. In het VO zijn de veranderingen marginaal en voor de genoemde problemen hierboven gloort nog geen licht aan het einde van de tunnel. Er wordt blijkbaar weinig urgentie gevoeld om het groot onderhoud ter hand te nemen. De vraag is dan: wanneer zal de wal het schip doen keren? Maar misschien een veel interessantere vraag is: wat gaan het onderwijs en de politiek nu en in de nabije toekomst doen om een paar van die hardnekkige problemen op te lossen? 

 

Behoefte aan experimenten

Aan grote stelselwijzigingen vanuit Den Haag is in het onderwijsveld geen behoefte. Dat hoor je al decennialang uit de kring van docenten. Maar meer experimenteerruimte voor een andere aanpak zou met name docenten de mogelijkheid bieden om de stress van de huidige werkdruk om te zetten in passie. Werkdruk voor iets wat je niet leuk vindt levert stress op, maar werkdruk voor iets wat je wel leuk vindt is passie. 

In mijn boek Wie durft deze school aan? schets ik de fictieve school Stellalusat die de bovenstaande problemen te lijf gaat met doorbreking van het leerstofjaarklassensysteem, leerstof in vakoverschrijdende workshops, eigenaarschap voor leerlingen door te kunnen kiezen voor workshops, motivatie en succesbeleving als fundament voor effectief leren, geen cijfers en toetsen, maar directe feedback gericht op persoonlijke ontwikkeling en groei, inzet van leerlingen bij de hele schoolorganisatie, inzet van oudere leerlingen als coaches, docenten die samen alle leerstof samenstellen en een schoolgebouw met veel faciliteiten dat voor leerlingen als mede-eigenaar ook ’s avonds, in het weekeinde en in vakanties beschikbaar is. Met het bieden van de faciliteiten buiten schooltijden kunnen veel leerlingen een tekort aan rijke context thuis compenseren. Er is altijd een plek voor rustig lezen, maar ook voor het nog een keer oefenen van die ene dansmove of met een groepje werken aan een spannend project.

Michiel Verbeek

www.stellalusat.nl

info@michielverbeek.nl